Over reuk

Over reuk2018-05-14T07:17:49+00:00

icon-nose-green-100px

Met behulp van onze neus krijgen we informatie binnen uit de buitenwereld. Vanuit evolutionair oogpunt is een goed reukvermogen in meerdere opzichten relevant. Op basis van geur bepaal je of voedsel gegeten kan worden en of er gevaar dreigt. Zonder reukvermogen zouden we niet in de gaten hebben dat we bedorven voedsel aan het eten zijn, of dat er gas lekt. Maar ook voor de partnerkeuze is geur belangrijk. Of iemand lekker ruikt kan de mate waarin we ons seksueel tot iemand aangetrokken voelen beïnvloeden. En, ergens aan ruiken brengt herinneringen terug.

Wat we ruiken zijn kleine, vluchtige moleculen die via de lucht in onze neus op ons neusepitheel, ons reukslijmvlies terecht komen. Hier binden ze zich aan receptoren die vervolgens geactiveerd worden en door middel van patroonherkenning een signaal doorsturen via de reukzenuw naar de bulbus olfactorius, het eerste reukstation in de hersenen. Hiervandaan wordt het signaal naar andere gebieden in de hersen gestuurd, voor verdere verwerking en evaluatie. Deze reukgebieden zijn ook nauw verbonden met het limbisch systeem, het emotie- en herinneringencentrum van de hersenen. Hierdoor zijn geuren erg associatief, en belangrijk bij de beleving van emoties en het ophalen van herinneringen.

Mensen zijn erg goed in het onderscheiden van geuren. Recente schattingen wijzen er op dat we potentieel tenminste een biljoen verschillende geuren kunnen onderscheiden!

Ruiken en eten

h2-bar

koffie-reuk

De beleving van eten heeft voor een groot deel te maken met reuk. Niet alleen vooraf, als we langs de bakker lopen en de geur van vers gebakken brood opsnuiven waardoor we trek krijgen, maar ook tijdens het eten speelt reuk een belangrijke rol. Als voedsel in de mond gekauwd wordt, komen er geurmoleculen vrij. Deze moleculen bereiken je neusepitheel via de achterkant van de mondholte. Hoe iets proeft in je mond, wordt dus voor een groot deel bepaald door de geur ervan.

 

Reukstoornissen

h2-bar
Uit onderzoek blijkt dat 16% van de mensen last heeft van reukstoornissen. Zoals de meeste zintuigen, gaat ook het reukvermogen achteruit met de leeftijd, en ligt het percentage reukstoornissen dus hoger onder ouderen.

Een reukstoornis kan op verschillende niveaus ontstaan:

  1. De detectie van geuren in de neus
  2. De transductie van geuren van de neus naar de hersenen
  3. Het verwerken en interpreteren van geuren in de hersenen

Er zijn vele verschillende oorzaken voor reukstoornissen. De meest voorkomende oorzaken zijn: een chronische ontsteking van de neus of neusbijholten, een trauma aan het hoofd, of een infectie aan de bovenste luchtwegen. Ook kan een reukstoornis aangeboren zijn. Er zijn kwantitatieve en kwalitatieve aandoeningen te onderscheiden.

De kwantitatieve stoornissen zijn:

  • Anosmie: geen reukgevoeligheid
  • Hyposmie: verminderde reukgevoeligheid
  • Hyperosmie: verhoogde reukgevoeligheid. Ook een verhoogd reukvermogen kan problemen opleveren.

De kwalitatieve stoornissen zijn:

  • Parosmie: het waarnemen van een geur die anders is dan de geurstimulus. Kakosmie is hier een bijzondere subvorm van, waarbij geuren als erg onaangenaam worden ervaren
  • Phantosmie: het waarnemen van een geur zonder geurstimulus

Omdat er zoveel verschillende reukproblemen zijn die allemaal hun eigen mogelijke oorzaken hebben, is een goede diagnose heel belangrijk. Lees meer over diagnose op de pagina ‘Onderzoek en behandeling’.